TAAL

Binnen de praktijk worden zowel kinderen als volwassen met taalproblemen geholpen.

Taalproblemen bij kinderen

Vertraagde taalontwikkeling of taalstoornis

De taal van een kind kun je op verschillende manieren beluisteren. Zo kun je letten op de woorden die hij begrijpt, kent en gebruikt en of hij verbanden kan leggen. Maar ook de zinsbouw in zijn verhalen zeggen iets over de taal van een kind en of hij langere, ingewikkelder zinnen begrijpt. Verder kun je kijken naar hoe een kind rekening houdt met de ander in zijn verhalen, zoals het begrijpen en hanteren van de regels van communicatie. Een taalontwikkelingsstoornis is een taalstoornis in het leren van de moedertaal. Sommige kinderen zijn laat met het leren praten. Er is dan sprake van een vertraagde taalontwikkeling. Bij andere kinderen verloopt de taalontwikkeling anders dan bij de meeste leeftijdgenootjes het geval is en is het taalprobleem hardnekkig. Dan is er sprake van een afwijkende taalontwikkeling, ook wel taalstoornis genoemd.

Dysfasie

Dit is een taalontwikkelingsstoornis waarbij het kind meer begrijpt van wat anderen zeggen dan het zelf kan zeggen. Uiteraard zijn er verschillende graden van ernst en wordt het beeld sterk gekleurd door de leeftijd. Dysfasie wordt multidisciplinair gediagnosticeerd. Dit betekent dat het kind, naast een grondig logopedisch onderzoek bij de logopedist, ook onderzocht wordt door andere disciplines zoals een kinderneuroloog, psycholoog, etc.

Taalproblemen bij volwassenen

Afasie

Afasie is een verworven taalstoornis die veroorzaakt wordt door een hersenletsel en waarbij het begrijpen en/of het uiten van gesproken en geschreven taal gestoord is. Er bestaan veel verschillende soorten afasie. Sommige mensen zijn zich bewust van de problemen en geraken hierdoor erg gefrustreerd in het dagelijks leven. Andere hebben een verminderd besef van de taalstoornis. Naast de afasie komen heel van andere neurologische uitvalsverschijnselen voor (zoals een verlamming, slikstoornissen, etc.). De ernstgraad van de afasie bepaalt in grote mate de hoofddoelstelling van de therapie. Belangrijk is daarbij ook dat de persoon samen met zijn of haar directe omgeving betrokken wordt in de behandeling. De therapie is dan ook steeds individueel aangepast en wordt regelmatig geƫvalueerd en aangepast indien nodig.